BACK

de Volkskrant, Kunst & Cultuur, 16 oktober 2002

'Je moet blijven tellen en denken'

Interview van onze medewerker Frank van Herk.

World Groove Project, tournee t/m 9 november. Informatie: www.junglewarriors.nl. Cd: Part 1 (WGP31802). Bij Jan Kuiper ging drie jaar geleden de knop om. Hij had het gehad met de traditionele jazz. Met zijn groep World Groove Project verbindt hij muziek van drie continenten. Democratische muziek, zonder sterallures.

Dat kwam goed uit, dat Groningen 'een van de grootste Senegalese kolonies boven Dakar' bleek te zijn. Gitarist Jan Kuiper, geboren in Grijpskerk, had het even gehad met de traditionele jazz. Hij speelde ooit met het Podiumtrio en Future Shock. Jarenlang nodigde hij Amerikaanse gastsolisten uit als David Murray, Arthur Blythe en Jamaaladeen Tacuma. Het leidde tot optredens met veel power en veel jammen, maar helemaal gelukkig was hij er niet mee.

Kuiper raakte geïnteresseerd in de meer collectieve Afrikaanse benadering, en de geavanceerde ritmes uit West-Afrika. Drie jaar geleden, toen hij 42 was, ging de knop echt om. Hij kwam in aanraking met het boeddhisme, ging op zijn gezondheid letten en aan yoga doen. Hij ontdekte de schoonheid van de Noord-Indiase muziek, en vanuit zijn nieuwe spirituele overtuigingen besloot hij in zijn eigen werk te streven naar een 'eenheid van tegendelen', een versmelting van 'het proza van de Afrikaanse ritmiek en de poëzie van de Indiase', maar wel met een flinke scheut funk en improvisatie.

'Nieuwe Groningse muziek', noemt hij het. Maar Kuiper bedoelt er meer mee dan een geinige slogan. De muziek die hij nu maakt met zijn groep World Groove Project mag dan wel elementen verbinden uit India, Afrika en Amerika, ze kan alleen maar in Nederland gemaakt worden. Democratische, sociale muziek zonder sterallures, met een unieke bezetting die de multiculturele samenleving weerspiegelt.

De kern van die nieuwe stijl is het contrast tussen de tala's - de lange metrische zinnen uit de Indiase traditie, uitgespeld door tablaspeler Sandip Bhattacharya uit Benares - en de kortere frasen van de Afrikaanse percussie. Soms wringt dat, soms vloeien tabla en Afrikaanse slagwerk moeiteloos in elkaar over.

'Afrikaanse ritmes zijn lineair, een doorgaande combinatie van drie- en vierkwartsmaat', verklaart Kuiper. 'Indiase ritmes zijn cyclisch, ze kunnen reeksen vormen van tientallen maten, die telkens opnieuw beginnen. Ze kunnen varianten zijn op een elfkwarts- of zevenkwartsmaat, met steeds andere onderverdelingen.

Het is de meest verfijnde vorm van spelen, vindt hij, één die een stuk verdergaat dan de gebruikelijke jazzschema's. 'Je moet blijven tellen en denken, daardoor is het ook een veel grotere uitdaging, zeker als je binnen die vorm je eigen vrijheid wilt vinden.'

Voor de stukken die hij schrijft - hij verzorgt het merendeel van de composities voor het World Groove Project - gebruikt hij de opbouw van de raga: een lyrische introductie, gevolgd door een thema en doorwerking die zijn gebaseerd op een tala. Maar hij zet er Westerse akkoorden onder en bedenkt zijn eigen melodieën ('geen Ravi Shankar-achtige lijntjes imiteren'). Of hij ontleent ze aan andere bronnen, zoals voor Shikan Taza, dat gebaseerd is op een Japans volksliedje en daarmee verwijst naar de Zen-boeddhistische meditatietechniek in de titel.

De Senegalese percussionist Moussé Pathé M'Baye en de uit de pop afkomstige drummer Raoul Roosenstein verstevigen en versieren de basisritmes, en als alles in elkaar grijpt is het resultaat even ondefinieerbaar als overweldigend. Moussé had in het begin een beetje moeite met die ritmische reeksen, vertelt Kuiper, 'maar hij heeft zich aangepast. Iedereen moet wat inleveren in deze groep, anders werkt het niet.'

Zelf beperkt Kuiper zich in zijn bijdragen tot de akoestische gitaar: 'omdat die eerlijker klinkt, en natuurlijker in het geheel wordt opgenomen. Je moet alles zelf met je vingers doen, net als de trommelaars.' Saxofonist en fluitist Jan Klug daarentegen 'staat stijf van de elektronische effecten', een contrast dat nog meer lucht geeft aan de muziek.

'Toen ik anders ging leven, besefte ik dat ik steeds minder jaren te gaan heb, en vroeg ik me af wat ik nu echt wilde. Keihard uitpakken, elektrisch versterkt, kan heerlijk zijn, maar ik wilde ook wat meer verstildheid en subtiliteit.' Wat hij pertinent niet meer wilde, was alleen maar jazz spelen, met zijn duidelijke hiërarchie tussen solist en begeleiders, en navolging van Amerikaanse voorbeelden. 'Als ik nu op North Sea tussen sterren als John Scofield of Marcus Miller geprogrammeerd sta, heb ik voor het eerst het idee dat ik iets eigens te bieden heb.'

Copyright: Herk, Frank van

BACK